Blog: Ieder kind is een geschenk van God

Met dank aan Pixabay

Blog: Ieder kind is een geschenk van God

 

Onlangs kreeg ik de vraag, of ik iets kon vertellen over het omgaan met en het opvoeden van ‘probleemkinderen’. Hoewel ik gruwel van die omschrijving – of misschien juist daarom – heb ik besloten om hierover een blog te schrijven.

Zonder in detail te treden, kan ik u vertellen dat ik ervaringsdeskundige ben.
Ik heb met en van mijn eigen inmiddels volwassen zoon de dingen mogen leren die ik hieronder aanreik.

Ik ben geen pedagoog en ik heb geen onderwijsdiploma. Ik wil ook niemand iets opdringen.
Mijn ‘opleiding’ heb ik gehad in de best denkbare leerschool: de dagelijkse, praktische omgang met een prachtig, kostbaar kind.

Ieder kind is een geschenk van God. Dat is echt zo!
Soms is het echter moeilijk om dat zo te zien, omdat wij geleerd hebben dat een geschenk ‘leuk’ moet zijn en ‘plezier/vreugde/geluk moet brengen’. Natuurlijk zijn dat de fijnste geschenken.

Maar de meest waardevolle geschenken, zijn juist die welke ons helpen groeien, ons inzichten brengen, ons de weg naar het Licht tonen – dwars doorheen de soms hele diepe duisternis.

De Nieuwetijdskinderen zijn zulke geschenken. Zij zijn zuiver Licht en Liefde, die worden geboren in een wereld waarin de duisternis nog stevig huishoudt. En het duister zal elke kans aangrijpen om het Licht aan te vallen … De aanwezigheid van die duisternis en de invloed van die aanvallen is de oorzaak van de ‘gedragsproblemen’ bij deze kinderen.
Lichtwezens opvoeden in een wereld die doordrongen is van deze duisternis, is niet altijd gemakkelijk.

Misschien kan mijn verhaal een steuntje zijn voor de ouders van de vele Indigo-, Kristal- Sterren- en Regenboogkinderen op Aarde, die door hun ‘anders zijn’ hun ouders soms voor grote uitdagingen stellen.

Persoonlijke of gevoelige informatie zal ik niet delen, omdat die nu niet meer van belang is. Maar de lessen die ik mocht leren en de ervaringen die ik mocht opdoen, vormen ook vandaag nog de basis van alles wat ik doe.

Dit heb ik geleerd, en zo heb ik dat in de praktijk gebracht:

– Een kind kan problemen hebben of probleemgedrag vertonen, maar een kind is NOOIT een probleem. Door een kind een ‘probleemkind’ te noemen, bevestig je de negatieve energie die daarmee samenhangt. Na enige tijd kun je niet meer het onderscheid maken tussen het kind en het probleem, en zo wordt hulp bieden of ermee omgaan steeds moeilijker.

– Besef altijd, maar vooral tijdens het hoogtepunt van de crisissituatie, dat dit voor je kind even erg of zelfs erger is dan voor jou. Jij ziet het wel gebeuren, maar het overkomt jou niet. Je kind voelt de energie om zich heen/in zijn energieveld omslaan naar negativiteit en zijn enige anker, zijn enige houvast … dat ben jij. Hij kan zich niet verweren tegen wat hem overkomt, en het laatste wat hij nodig heeft, is dat jij je negatieve energie op hem richt.

Dit is de kern van het probleem: je kind heeft jou het meeste nodig, op het moment dat de situatie jou het meest uit evenwicht brengt!

Wat mij altijd heeft geholpen is het volgende inzicht: ‘wat mijn kind ook doet (gillen, schoppen, gooien met dingen, schelden …) het is NIET, het is NOOIT op mij persoonlijk gericht.’ Hij reageert op wat hem overkomt: hij wordt overspoeld door een enorme vloedgolf waar hij zich niet tegen kan verweren … dus richt hij zijn reactie op jou … omdat je het dichtst bij staat, omdat hij geen andere uitweg ziet en omdat hij erop vertrouwt, dat jij hem zult helpen.

Je kind vertrouwt op jou! Dat is nogal een verantwoording … maar als je ervan doordrongen bent dat je kind niet jou als persoon aanvalt, dan is het veel gemakkelijker om je rust en je evenwicht te bewaren.

Het helpt ook, om de dingen in perspectief te plaatsen.
Als de rust is weergekeerd, is het vaak heel goed mogelijk om met je kind te praten over wat er gebeurd is.

Bij jonge kinderen is het dan fijn om er een beeld bij te maken. Het helpt hen om het gebeuren los te zien van zichzelf en het biedt hen de kans om er zelf – heel bewust – mee om te gaan. Een gesprek kan dan bijvoorbeeld als volgt gaan:

‘Kunnen we praten over wat er net is gebeurd? Ik zou het heel fijn vinden als we erover kunnen praten. Ik wil zo graag begrijpen waarom dit gebeurde en hoe ik je kan helpen, zodat het niet meer hoeft te gebeuren.

Want weet je wat ik denk? Ik denk dat er bij jou een aapje is. Je kunt het niet zien, want het is een onzichtbaar aapje. En het zit in een hokje, dicht bij jou. En dat aapje heeft geleerd om boos te worden en raar te doen, wanneer het een bepaald muziekje hoort.

Zolang dat muziekje niet speelt, houdt het zich rustig. Denk je dat het mogelijk is om te weten te komen, naar welk muziekje dat aapje luistert? Want als we dat weten, dan kunnen we er samen voor zorgen, dat het aapje dat niet meer te horen krijgt.

Dan komt het niet meer uit zijn hokje en dan valt het jou niet meer lastig met zijn boze buien. Want ik geloof nooit dat jij, (noem je kind bij zijn naam), zoiets zou doen. Jij bent MIJN kind en ik hou heel veel van jou. Daarom weet ik héél zeker dat jij het niet bent, die dit doet. Ik denk ook, dat jij het zelf ook niet fijn vindt als dat aapje uit zijn hokje komt en jou zoveel last bezorgd.

Als het aapje weer eens van zich laat horen, zullen we dan proberen om er samen voor te zorgen dat hij niet uit zijn hokje kan komen? Zullen we hem samen vertellen, dat hij zich rustig moet houden en dat we hem niet meer willen horen of zien? Als we het samen doen, dan moet hij wel luisteren. We laten ons toch zeker niet voor de gek houden door een aapje?’

Wanneer je dit een keer rustig aan je kind hebt kunnen vertellen, dan biedt dat een houvast voor alle volgende keren. Zodra je een aanval ziet aankomen, kun je meteen handelen. Je kunt dan zeggen ‘o jee, ik zie dat het aapje aan zijn hokje begint te rammelen! Voel je het ook? Maar dat wilden we toch niet meer? Vertel hem maar dat hij zich rustig moet houden.’

De eerste paar keren werkt dit natuurlijk nog niet, maar je helpt je kind op deze manier, om zich steeds een beetje méér bewust te worden van wat er met hem gebeurt en dat hij zelf de controle over de toestand kan en mag nemen. Na enige tijd zul je merken dat het aapje zich minder vaak laat zien en uiteindelijk blijft het helemaal weg.

Onthoud wel dat dit een proces is van bewustwording, en dat zowel jij als je kind hieraan moeten wennen en ermee moeten leren werken.

Voel je vrij om het verhaal of het beeld aan te passen aan wat voor jou goed voelt – maar zorg er altijd voor, dat het een positief verhaal is waarmee je je kind duidelijk maakt dat jouw Liefde voor hem onvoorwaardelijk is, dat hij die niet kwijt zal raken en dat je met hem wilt samenwerken om zijn probleem te overwinnen.

Zelfs jaren na dat eerste gesprek over het aapje, kun je je kind hiermee nog helpen. Dat weet ik zeker, omdat ik het zelf heb meegemaakt met mijn eigen ‘geschenk van God’ 😉

Liefs, Veerle

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.